Strafrecht overig
Hoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig
Hoge Raad, 19 oktober 1999
ECLI:NL:HR:1999:ZD3533 · Hoge Raad · 19 oktober 1999
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-1999-zd3533
Zaakgegevens
Op 19 oktober 1999 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 19 oktober 1999
- Datum publicatie
- 8 april 2013
- Zaaknummer
- 111.149 E
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:1999:ZD3533
Samenvatting
Voor deze uitspraak is nog geen samenvatting beschikbaar.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 29 juni 1999
ECLI:NL:PHR:1999:22Hoge Raad · 19 oktober 1999deze uitspraak
ECLI:NL:HR:1999:ZD3533
Uitspraak
19 oktober 1999
Strafkamer
nr. 111.149 E
AB
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage, Economische Kamer, van 8 mei 1998, alsmede tegen alle op de terechtzitting van dit Hof gegeven beslissingen in de strafzaak tegen :
[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1955, wonende te [plaats].
1. De bestreden einduitspraak
1.1. Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Economische Kamer in de Arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage van 15 november 1996, voorzover aan 's Hofs oordeel onderworpen, - de verdachte ter zake van 1. primair en 2. primair "opzettelijke overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 24 van de Wet milieugevaarlijke stoffen, begaan door een rechtspersoon, terwijl hij feitelijke leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging, meermalen gepleegd" en "opzettelijke overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 39 van de Wet milieugevaarlijke stoffen, begaan door een rechtspersoon, terwijl hij feitelijke leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging, meermalen gepleegd" en 3., 4., 5., en 6. telkens opleverende "valsheid in geschrift, begaan door een rechtspersoon, terwijl hij feitelijke leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging, meermalen gepleegd" veroordeeld tot een geldboete van dertigduizend gulden, subsidiair éénhonderdveertig dagen hechtenis.
1.2. Het arrest van het Hof is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr J.P. Plasman, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad het beroep zal verwerpen. De conclusie is aan dit arrest gehecht.
3. Beoordeling van het middel
3.1. Het middel klaagt over de verwerping door het Hof van het verweer dat het Openbaar Ministerie niet- ontvankelijk dient te worden verklaard in zijn vervolging.
3.2. Hetgeen in het middel onder I is gesteld behoeft geen bespreking omdat daarin niet een begrijpelijke klacht tegen de bestreden uitspraak besloten ligt. De in het middel onder II, III, IV en V vervatte klachten falen op de gronden, weergegeven in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 4.3 tot en met 4.7.
4. Slotsom
Nu het middel niet tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen.
5. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president Haak als voorzitter, en de raadsheren Corstens en Orie, in bijzijn van de griffier Bakker, en uitgesproken op 19 oktober 1999.