Strafrecht overig

Hoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig

Zaakgegevens

Op 19 oktober 1999 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Zittingsplaats
Den Haag
Datum uitspraak
19 oktober 1999
Datum publicatie
8 april 2013
Zaaknummer
111.422
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:1999:ZD3535
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Uitspraak

19 oktober 1999

Strafkamer

nr. 111.422

AB

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 30 januari 1997 alsmede tegen alle op de terechtzitting van dit Hof gegeven beslissingen in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1955, wonende te [plaats] .

1. De bestreden einduitspraak

Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een bij verstek gewezen vonnis van de Arrondissementsrechtbank te Almelo van 6 maart 1995 - de verdachte vrijgesproken van het hem bij inleidende dagvaarding onder 7 primair dan wel subsidiair dan wel meer subsidiair tenlastegelegde en hem voorts ter zake van 1. primair "deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven", 2. primair en 4. primair "het medeplegen van bedrieglijke bankbreuk, begaan door een rechtspersoon, terwijl hij feitelijke leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging, meermalen gepleegd", 3. primair en 5. primair "het medeplegen van een gewoonte maken van het kopen van goederen met het oogmerk om zonder volledige betaling zich of een ander de beschikking over die goederen te verzekeren, begaan door een rechtspersoon, terwijl hij opdracht tot het feit heeft gegeven" en 6. primair "het medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd" veroordeeld tot vierentwintig maanden gevangenisstraf.

2. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte en richt zich kennelijk niet tegen de gegeven vrijspraken. Middelen van cassatie zijn door of namens deze niet voorgesteld.

De Advocaat-Generaal Fokkens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

3. Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak

De Hoge Raad oordeelt geen grond aanwezig waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd. Daarom moet het cassatieberoep worden verworpen.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president Davids als voorzitter, en de raadsheren Koster en Balkema, in bijzijn van de waarnemend-griffier Munsterman, en uitgesproken op 19 oktober 1999.