Strafrecht overig

Hoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig

Hoge Raad, 21 september 1999

Zaakgegevens

Op 21 september 1999 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Zittingsplaats
Den Haag
Datum uitspraak
21 september 1999
Datum publicatie
8 april 2013
Zaaknummer
110.971
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:1999:ZD4168
E-mail

Samenvatting

Voor deze uitspraak is nog geen samenvatting beschikbaar.

Procesgang

  1. Hoge Raad · 21 september 1999deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:1999:ZD4168

  2. Conclusie A-G · 21 september 1999

    ECLI:NL:PHR:1999:ZD4168

Uitspraak

21 september 1999

Strafkamer

nr. 110.971

AB

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 27 mei 1998 in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1933, wonende te [plaats].

1. De bestreden uitspraak

Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Arrondissementsrechtbank te Utrecht van 12 april 1996 - de verdachte ter zake van 1. "vleselijke gemeenschap hebben met een meisje beneden de leeftijd van twaalf jaren, meermalen gepleegd" en 2. "met iemand, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die mede bestaan uit het sexueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd" veroordeeld tot twee jaren gevangenisstraf.

2. Geding in cassatie

Het is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr G. Spong, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Van Dorst heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad het beroep zal verwerpen.

3. Beoordeling van het middel

3.1. Het middel bevat de klacht dat het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 18 maart 1998 zich niet bij de aan de Hoge Raad toegezonden stukken bevindt, zodat moet worden aangenomen dat het opmaken van een proces verbaal van die zitting achterwege is gebleven.

3.2. De conclusie van het Openbaar Ministerie houdt in dat de Procureur-Generaal het voornoemd proces- verbaal bij de griffie van het Hof te Amsterdam heeft opgevraagd. Blijkens een zich bij de stukken bevindende brief van het Openbaar Ministerie aan de raadsman van de verdachte van 20 april 1999 is het proces-verbaal bij de stukken gevoegd en heeft het Openbaar Ministerie de raadsman alsnog een afschrift van het proces-verbaal doen toekomen.

3.3. Nu het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 18 maart 1998 zich inmiddels bij de stukken bevindt, is aan het middel alsnog de feitelijke grondslag komen te ontvallen.

4. Slotsom

Nu het middel niet tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen.

5. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president Haak als voorzitter, en de raadsheren Orie en Balkema, in bijzijn van de griffier Bakker, en uitgesproken op 21 september 1999.