Strafrecht overig
Hoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig
Hoge Raad, 21 september 1999
ECLI:NL:HR:1999:ZD4372 · Hoge Raad · 21 september 1999
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-1999-zd4372
Zaakgegevens
Op 21 september 1999 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 21 september 1999
- Datum publicatie
- 8 april 2013
- Zaaknummer
- 112.464 U
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:1999:ZD4372
Samenvatting
Voor deze uitspraak is nog geen samenvatting beschikbaar.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 17 augustus 1999
ECLI:NL:PHR:1999:18Hoge Raad · 21 september 1999deze uitspraak
ECLI:NL:HR:1999:ZD4372
Uitspraak
21 september 1999
Strafkamer
nr. 112.464 U
SM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van de Arrondissementsrechtbank te Zwolle van 24 februari 1999 op een verzoek van de Minister van Justitie van de Duitse deelstaat Hessen tot uitlevering van:
[de opgeëiste persoon], geboren te [geboorteplaats] (Turkije) op [geboortedatum] 1968, ten tijde van de bestreden uitspraak verblijvende in de Penitentiaire Inrichting te Lelystad.
1. De bestreden uitspraak
De Rechtbank heeft de gevraagde uitlevering van de opgeëiste persoon aan de Bondsrepubliek Duitsland toelaatbaar verklaard ter zake van de in de uitspraak omschreven feiten.
2. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de opgeëiste persoon. Namens deze heeft mr G. Meijers, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld.
De Advocaat-Generaal Van Dorst heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
3.1. Het middel behelst de klacht dat van de zitting van de Rechtbank van 10 februari 1999 geen proces- verbaal is opgemaakt.
3.2. De conclusie van het Openbaar Ministerie houdt in dat het proces-verbaal van de zitting van de Rechtbank van 10 februari 1999 door de griffie van de Rechtbank is nagezonden en in copie is verzonden aan de raadsman van de opgeëiste persoon.
3.3. Nu het proces-verbaal van de zitting van de Rechtbank van 10 februari 1999 zich inmiddels bij de stukken bevindt, is aan het middel alsnog de feitelijke grondslag ontvallen.
4. Slotsom
Nu het middel niet tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen.
5. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president Haak als voorzitter, en de raadsheren Bleichrodt en Balkema, in bijzijn van de griffier Bakker, en uitgesproken op 21 september 1999.