Strafrecht overig
Hoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig
Hoge Raad, 21 september 1999
ECLI:NL:HR:1999:ZD5798 · Hoge Raad · 21 september 1999
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-1999-zd5798
Zaakgegevens
Op 21 september 1999 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 21 september 1999
- Datum publicatie
- 8 april 2013
- Zaaknummer
- 110.546
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:1999:ZD5798
Samenvatting
Voor deze uitspraak is nog geen samenvatting beschikbaar.
Uitspraak
21 september 1999
Strafkamer
nr. 110.546
AB
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen vonnis van de Arrondissements- rechtbank te Zutphen van 14 oktober 1997 in de strafzaak tegen :
[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1966, wonende te [plaats], ten tijde van het instellen van beroep in cassatie gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting "De Kruisberg" te Doetinchem.
1. De bestreden uitspraak
De Rechtbank heeft in hoger beroep - met vernietiging van een bij verstek gewezen vonnis van de Kantonrechter te Harderwijk van 12 december 1995 - de verdachte ter zake van 1., 2., 3., 4., 5., 6., 8., 9. en 10. telkens opleverende: "overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 30, eerste lid van de Wet personenvervoer" veroordeeld ten aanzien van de feiten 1., 2., 3., 4., 5., 6., 8., 9. en 10. tot negenmaal een geldboete van telkens zestig gulden, subsidiair telkens één dag hechtenis.
2. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte.
Middelen van cassatie zijn door of namens deze niet voorgesteld.
De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep.
3. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
Blijkens de stukken is het beroep in cassatie ingesteld op 5 maart 1998, zodat de verdachte - nu de oproeping om op de terechtzitting van de Rechtbank te verschijnen hem in persoon was betekend - in het beroep niet kan worden ontvangen.
4. Beslissing
De Hoge Raad verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president Davids als voorzitter, en de raadsheren Schipper en Aaftink, in bijzijn van de waarnemend-griffier Bogaert, en uitgesproken op 21 september 1999.