Strafrecht overig
Hoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig
ECLI:NL:HR:1999:ZD6200 · Hoge Raad · 21 september 1999
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-1999-zd6200
Zaakgegevens
Op 21 september 1999 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 21 september 1999
- Datum publicatie
- 8 april 2013
- Zaaknummer
- 111.145
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:1999:ZD6200
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 1 juni 1999
ECLI:NL:PHR:1999:24Hoge Raad · 21 september 1999deze uitspraak
ECLI:NL:HR:1999:ZD6200
Uitspraak
21 september 1999
Strafkamer
nr. 111.145
SM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 17 maart 1998 in de strafzaak tegen:
[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969, wonende te [plaats], ten tijde van het instellen van beroep in cassatie gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting "Maashegge" te Overloon.
1. De bestreden uitspraak
1.1. Het Hof heeft de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep, voorzover dit is gericht tegen zijn in na te noemen vonnis vervatte veroordeling ter zake van de bij inleidende dagvaarding onder 3 en 4 tenlastegelegde overtredingen en voorts in hoger beroep - met vernietiging van een bij verstek gewezen vonnis van de Politierechter in de Arrondissementsrechtbank te Roermond van 7 maart 1997, voorzover aan 's Hofs oordeel onderworpen, - de verdachte ter zake van 1. "overtreding van artikel 9, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994" en 2. "overtreding van artikel 163, zesde lid, van de Wegenverkeerswet 1994" veroordeeld tot zes weken gevangenisstraf, met ten aanzien van feit 2. ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de tijd van twaalf maanden.
1.2. Het verkorte arrest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Middelen van cassatie zijn door of namens deze niet voorgesteld.
De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad het bestreden arrest zal vernietigen voorzover de verdachte daarin niet- ontvankelijk is verklaard ten aanzien van de feiten 3 en 4 en dat de Hoge Raad - in zoverre doende wat het Hof had behoren te doen - zal verstaan dat de verdachte tegen het vonnis van de Politierechter ten aanzien van de feiten 3 en 4 verzet heeft gedaan en zal bepalen dat de stukken van het geding in zoverre voor de verzetbehandeling zullen worden gezonden aan de Griffier van de Rechtbank te Roermond. Voorts strekt de conclusie tot verwerping van het beroep voor het overige.
3. Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak
3.1. Blijkens de door de Griffier van de Rechtbank opgemaakte akte heeft de verdachte hoger beroep ingesteld tegen het door de Politierechter bij verstek gewezen vonnis.
3.2. Tegen het vonnis heeft evenwel voorzover het betreft de veroordeling ter zake van de onder 3 en 4 bewezenverklaarde feiten, overtredingen geen hoger beroep opengestaan doch verzet.
3.3. Uit niets kan volgen dat de verdachte het ingestelde rechtsmiddel heeft willen beperken tot de veroordeling ter zake van de feiten 1 en 2.
3.4. Nu moet worden aangenomen dat de verdachte voor wat betreft de feiten 3 en 4 tegen het vonnis van de Politierechter het daartegen openstaande rechtsmiddel heeft willen instellen, had het Hof het ervoor moeten houden dat de verdachte tegen het vonnis in zoverre verzet heeft gedaan.
3.5. Uit het vorenoverwogene volgt dat het Hof in plaats van de verdachte niet-ontvankelijk te verklaren in zijn hoger beroep voorzover dit was gericht tegen de veroordeling ter zake van de feiten 3 en 4, had moeten verstaan dat de verdachte tegen het vonnis in zoverre verzet had gedaan en de stukken van het geding in handen moeten stellen van de Griffier van de Rechtbank opdat de zaak met betrekking tot deze overtredingen op het gedane verzet door de Politierechter zal worden behandeld en afgedaan, tenzij dit rechtsmiddel voor die behandeling zou worden ingetrokken. De Hoge Raad zal met vernietiging van het bestreden arrest in zoverre doen wat het Hof had behoren te doen.
3.6. De Hoge Raad oordeelt geen grond aanwezig waarop de bestreden uitspraak in enig ander opzicht ambtshalve zou behoren te worden vernietigd.
4. Slotsom
Uit het vorenoverwogene vloeit voort dat als volgt moet worden beslist.
5. Beslissing
De Hoge Raad:
Vernietigt de bestreden uitspraak, doch uitsluitend voorzover de verdachte daarin niet-ontvankelijk is verklaard in zijn hoger beroep ter zake van de onder 3 en 4 tenlastegelegde overtredingen;
Verstaat dat de verdachte met betrekking tot die feiten tegen het vonnis van de Politierechter in de Rechtbank te Roermond van 7 maart 1997 verzet heeft gedaan en bepaalt dat de stukken van het geding in zoverre zullen worden gezonden aan de Griffier van die Rechtbank;
Verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president Haak als voorzitter, en de raadsheren Bleichrodt en Orie, in bijzijn van de griffier Bakker, en uitgesproken op 21 september 1999.