Strafrecht overig

Hoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig

Hoge Raad, 19 oktober 1999

Zaakgegevens

Op 19 oktober 1999 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Zittingsplaats
Den Haag
Datum uitspraak
19 oktober 1999
Datum publicatie
8 april 2013
Zaaknummer
111.189
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:1999:ZD6201
E-mail

Samenvatting

Voor deze uitspraak is nog geen samenvatting beschikbaar.

Procesgang

  1. Hoge Raad · 19 oktober 1999deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:1999:ZD6201

  2. Conclusie A-G · 19 oktober 1999

    ECLI:NL:PHR:1999:23

Uitspraak

19 oktober 1999

Strafkamer

nr. 111.189

SM

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Leeuwarden van 2 juli 1998 in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1943, wonende te [plaats].

1. De bestreden uitspraak

Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Arrondissementsrechtbank te Assen van 5 maart 1997 - de verdachte vrijgesproken van het hem bij inleidende dagvaarding onder 1. primair, 2. primair en subsidiair, 3., 5. primair en subsidiair B primair, 6. primair en subsidiair, 7. primair en subsidiair en 8. primair en subsidiair tenlastegelegde en hem voorts ter zake van 1. subsidiair "met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd", 4. "feitelijke aanranding van de eerbaarheid, meermalen gepleegd", 5. subsidiair A "buiten echt vleselijke gemeenschap hebben met een vrouw die de leeftijd van twaalf, maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, meermalen gepleegd" en subsidiair B subsidiair "ontucht plegen met een aan zijn zorg en waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, meermalen gepleegd" en 8. meer subsidiair "ontucht plegen met een aan zijn opleiding toevertrouwde minderjarige of zijn minderjarige ondergeschikte, meermalen gepleegd" veroordeeld tot één jaar gevangenisstraf. Voorts heeft het Hof de vordering van de beledigde partij [betrokkene 1] niet-ontvankelijk verklaard in voege als in het arrest vermeld en de vordering van de beledigde partij [betrokkene 2] ten dele toegewezen tot een bedrag van éénduizendvijfhonderd gulden en ten dele niet- ontvankelijk verklaard in voege als in het arrest vermeld.

2. Geding in cassatie

Het beroep, dat zich kennelijk niet richt tegen de gegeven vrijspraken, is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr R. Moszkowicz, advocaat te Nieuwegein, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 101a RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Slotsom

Nu geen van de middelen tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak, voorzover aan zijn oordeel onderworpen, ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen.

5. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president Davids als voorzitter, en de raadsheren Aaftink en Van Buchem-Spapens, in bijzijn van de waarnemend- griffier Van Wijnen, en uitgesproken op 19 oktober 1999.