Strafrecht overig
Hoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig
ECLI:NL:HR:2002:AD8907 · Hoge Raad · 12 maart 2002
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2002-ad8907
Zaakgegevens
Op 12 maart 2002 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 12 maart 2002
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- 00610/01
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2002:AD8907
Procesgang
Hoge Raad · 12 maart 2002deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2002:AD8907
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 12 maart 2002
ECLI:NL:PHR:2002:AD8907
Uitspraak
12 maart 2002
Strafkamer
nr. 00610/01
Ats/SM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 20 november 2000, nummer 22/002056-00, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1959, wonende te [woonplaats], ten tijde van de bestreden uitspraak gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting “De Dordtse Poorten” te Dordrecht.
1. De bestreden uitspraak
Het Hof heeft in hoger beroep bevestigd een vonnis van de Arrondissementsrechtbank te Rotterdam van 3 juli 2000, waarbij de verdachte is vrijgesproken van het hem bij inleidende dagvaarding onder 2 primair tenlastegelegde en voorts ter zake van 1. ”opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en levensgevaar voor een ander te duchten is" en 2 subsidiair “opzetheling” is veroordeeld tot drie jaren en zes maanden gevangenisstraf.
2. Geding in cassatie
Het beroep – dat zich kennelijk niet richt tegen de gegeven vrijspraak – is ingesteld door de verdachte.
Namens deze heeft mr. R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Fokkens heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak voorzover het betreft het onder 2 bewezenverklaarde feit en de strafoplegging en tot verwijzing van de zaak naar het Gerechtshof te Amsterdam, opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw kan worden berecht en afgedaan.
3. Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak
4.1. Aan de verdachte is bij inleidende dagvaarding onder 2 subsidiair tenlastegelegd dat:
“hij in of omstreeks 22 februari 2000 te Rotterdam (een) goed(eren), te weten een (personen)auto (merk Opel, type Kadett, voorzien van het kenteken [AA-00-AA]), heeft verworven (van) en/of heeft voorhanden gehad en/of heeft overgedragen (aan), terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dat goed/die goederen wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf, namelijk door diefstal, althans door enig (ander) misdrijf verkregen goed(eren) betrof.”
4.2. Het Hof heeft bewezenverklaard dat:
“hij op 22 februari 2000 te Rotterdam een goed, te weten een personenauto (merk Opel, type Kadett, voorzien van het kenteken [AA-00-AA]), heeft voorhanden gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden hebben van dat goed wist, dat het een door misdrijf, namelijk door diefstal, verkregen goed betrof.”
4.3. Het Hof heeft door bewezen te verklaren als hiervoor onder 4.2 weergegeven de grondslag van de tenlastelegging verlaten. Het heeft immers bewezen verklaard - voorzover hier van belang - dat de verdachte ten tijde van het voorhanden hebben wist dat het een door diefstal verkregen goed betrof, terwijl aan de verdachte ten laste was gelegd - voorzover hier van belang - dat de verdachte ten tijde van het voorhanden krijgen wist dat het een door diefstal verkregen goed betrof.
4.4. Het bestreden arrest kan voor wat betreft de ten aanzien van het onder 2 subsidiair tenlastegelegde genomen beslissingen niet in stand blijven.
5. Slotsom
Nu de middelen niet tot cassatie kunnen leiden, terwijl de Hoge Raad geen andere dan de hiervoor onder 4.3 genoemde grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak - voorzover aan zijn oordeel onderworpen - ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.
6. Beslissing
De Hoge Raad:
Vernietigt het bestreden arrest en het daarbij bevestigde vonnis - voorzover aan zijn oordeel onderworpen - doch uitsluitend wat betreft de ten aanzien van het onder 2 subsidiair tenlastegelegde gegeven beslissingen en de strafoplegging;
Verwijst de zaak naar het Gerechtshof te Amsterdam opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.J.M. Davids als voorzitter, en de raadsheren G.J.M. Corstens en A.J.A. van Dorst, in bijzijn van de waarnemend-griffier H.H.A. de Nijs, en uitgesproken op 12 maart 2002.