Strafrecht overig
Hoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig
ECLI:NL:HR:2002:AD9213 · Hoge Raad · 16 april 2002
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2002-ad9213
Zaakgegevens
Op 16 april 2002 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 16 april 2002
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- 00916/01
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2002:AD9213
Procesgang
Hoge Raad · 16 april 2002deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2002:AD9213
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 16 april 2002
ECLI:NL:PHR:2002:AD9213
Uitspraak
16 april 2002
Strafkamer
nr. 00916/01
HJH/EdK
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een vonnis van de Arrondissementsrechtbank te Utrecht van 2 december 1999, nummer 16/400359-99, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1945, wonende te [woonplaats].
1. De bestreden uitspraak
De Rechtbank heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Kantonrechter te Amersfoort van 17 juni 1999 - de verdachte ter zake van "niet voldoen aan een wettelijke verplichting tot aangifte van geboorte" veroordeeld tot het betalen van een geldboete van vijfhonderd gulden, subsidiair tien dagen hechtenis.
2. Geding in cassatie
2.1. Het beroep is ingesteld door de verdachte. Deze heeft bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Wortel heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De conclusie is aan dit arrest gehecht.
2.2. De Hoge Raad heeft kennis genomen van het schriftelijk commentaar van de verdachte op de conclusie van de Advocaat-Generaal.
3. Beoordeling van het tweede middel
3.1. Het als Grief 2 aangeduide middel bevat de klacht dat het Hof de verdachte ten onrechte heeft veroordeeld wegens overtreding van art. 448 Sr aangezien hij bij brief aangifte heeft gedaan van de geboorte van zijn zoon en art. 448 Sr niet, zoals in de tenlastelegging en de bewezenverklaring is opgenomen, het bestanddeel bevat dat die aangifte op de voorgeschreven wijze moet geschieden.
3.2. Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat hij in de periode van 1 december 1997 tot en met 4 december 1997 in de gemeente Amersfoort niet op de voorgeschreven wijze heeft voldaan aan zijn wettelijke verplichting tot aangifte (zoals bedoeld in artikel 19e, lid 2, boek 1 van het Burgerlijk Wetboek) aan de ambtenaar van de burgerlijke stand te Amersfoort, voor het register van geboorte, van de geboorte van zijn, verdachtes, op 1 december 1997 geboren zoon, genaamd [de zoon].
3.3. Het middel faalt op de gronden vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 9 en 10.
4. Beoordeling van de overige middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
5. Slotsom
Nu geen van de middelen tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen.
6. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.J.M. Davids als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst en E.J. Numann, in bijzijn van de waarnemend-griffier H.H.A. de Nijs, en uitgesproken op 16 april 2002.