Strafrecht overig
Wrakingsverzoek. Hof heeft klaagster n-o verklaard in hoger beroep tegen beschikking Rb, waarbij…
Hoge Raad, 8 juli 2003
ECLI:NL:HR:2003:AF9463 · Hoge Raad · 8 juli 2003
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2003-af9463
Zaakgegevens
Op 8 juli 2003 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 8 juli 2003
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- 02249/02 B
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2003:AF9463
Samenvatting
Wrakingsverzoek. Hof heeft klaagster n-o verklaard in hoger beroep tegen beschikking Rb, waarbij wrakingsverzoek is afgewezen. Ontvankelijkheid cassatieberoep. Ingevolge art. 515.5 Sv staat tegen beslissing op verzoek tot wraking geen rechtsmiddel open, zodat cassatieberoep niet-ontvankelijk is.
Klaagster n-o.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 20 mei 2003
ECLI:NL:PHR:2003:AF9463Hoge Raad · 8 juli 2003deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2003:AF9463
Uitspraak
8 juli 2003
Strafkamer
nr. 02249/02 B
SM
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 7 februari 2002, nummer 10/091107-01, op een wrakingsverzoek, op grond van artikel 512 van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door:
[klaagster] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1960, wonende te [woonplaats].
1. De bestreden beschikking
Het Hof heeft de klaagster niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep tegen de beschikking van de Arrondissementsrechtbank te Rotterdam van 14 december 2001.
2. Geding in cassatie
2.1. Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze heeft mr. W.H. van Zundert, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Vellinga heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijk verklaring van het beroep.
2.2. De Hoge Raad heeft kennisgenomen van het schriftelijk commentaar van de raadsman op de conclusie van de Advocaat-Generaal.
3. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
Ingevolge art. 515, vijfde lid, Sv staat tegen een beslissing op een verzoek tot wraking geen rechtsmiddel open, zodat het cassatieberoep niet-ontvankelijk is.
4. Beslissing
De Hoge Raad verklaart de klaagster niet-ontvankelijk in het cassatieberoep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president W.J.M. Davids als voorzitter, en de raadsheren G.J.M. Corstens en A.J.A. van Dorst, in bijzijn van de waarnemend-griffier L.J.J. Okker-Braber, in raadkamer en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 juli 2003.