Strafrecht overig
Rechtsmiddelentermijn 14 dagen bij optreden gemachtigde raadsman. Het cassatieberoep tegen het arrest van…
ECLI:NL:HR:2006:AV4010 · Hoge Raad · 11 april 2006
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2006-av4010
Zaakgegevens
Op 11 april 2006 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 11 april 2006
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- 00715/05
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2006:AV4010
Samenvatting
Rechtsmiddelentermijn 14 dagen bij optreden gemachtigde raadsman. Het cassatieberoep tegen het arrest van 27-12-04 is ingesteld op 11-01-05, zodat verdachte - die zich ter terechtzitting van 13-12-04 ex art. 279.1 Sv heeft laten verdedigen - in het beroep niet kan worden ontvangen.
Procesgang
Hoge Raad · 11 april 2006deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2006:AV4010
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 11 april 2006
ECLI:NL:PHR:2006:AV4010
Uitspraak
11 april 2006
Strafkamer
nr. 00715/05
EC/SM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 27 december 2004, nummer 21/003829-04, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1967, ten tijde van de betekening van de aanzegging gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting "Overijssel" (Huis van Bewaring "Zwolle") te Zwolle.
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. A. Arslan, advocaat te Zwolle, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Wortel heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad de verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in het beroep.
2. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
Blijkens de stukken is het beroep in cassatie ingesteld op 11 januari 2005, zodat de verdachte - nu deze zich op de terechtzitting van het Hof van 13 december 2004 op de voet van art. 279, eerste lid, Sv heeft laten verdedigen door een daartoe uitdrukkelijk gemachtigde advocaat - in het beroep niet kan worden ontvangen.
3. Beslissing
De Hoge Raad verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren G.J.M. Corstens en W.M.E. Thomassen, in bijzijn van de waarnemend griffier M.T.E. van Huut, en uitgesproken op 11 april 2006.