Strafrecht overig
Aantekening vonnis Ktr. Ex art. 395a.4 (oud) Sv jo. art. 395.2.c (oud) Sv dient een vonnis van de Ktr, indien…
ECLI:NL:HR:2006:AX6409 · Hoge Raad · 27 juni 2006
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2006-ax6409
Zaakgegevens
Op 27 juni 2006 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 27 juni 2006
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 01494/05
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2006:AX6409
Samenvatting
Aantekening vonnis Ktr. Ex art. 395a.4 (oud) Sv jo. art. 395.2.c (oud) Sv dient een vonnis van de Ktr, indien binnen 3 maanden na de uitspraak een gewoon rechtsmiddel wordt aangewend, te worden aangetekend in het pv van de terechtzitting op een wijze als door de MvJ te bepalen. Bij de gedingstukken bevindt zich enkel een pv van de terechtzitting van de Ktr van 24-6-04. Volgens dat pv heeft de Ktr uitspraak gedaan “conform aangehechte kopie van de aantekening mondeling vonnis”, die zich bij de stukken bevindt. De Ktr had niet mogen volstaan met een aantekening ex in art. 395a (oud) Sv, het zgn. stempelvonnis. Bedoeld verzuim brengt mee dat, nu niet kan worden vastgesteld of de in art. 80.2 RO bedoelde vormen zijn nageleefd, het bestreden vonnis niet in stand kan blijven en terugwijzing moet volgen.
Procesgang
Hoge Raad · 27 juni 2006deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2006:AX6409
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 27 juni 2006
ECLI:NL:PHR:2006:AX6409
Uitspraak
27 juni 2006
Strafkamer
nr. 01494/05
EC/SM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een vonnis van de Rechtbank te 's-Gravenhage, sector Kanton, locatie 's-Gravenhage, van 24 juni 2004, nummer 09/152363-04, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1955, wonende te [woonplaats].
1. De bestreden uitspraak
De Kantonrechter heeft de verdachte ter zake van "overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 19 lid 1 van de Algemene Politieverordening voor 's-Gravenhage 1982" veroordeeld tot een geldboete van € 35,-, subsidiair één dag hechtenis.
2. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. M. van Solingen, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Vellinga heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad de bestreden uitspraak zal vernietigen en de zaak zal terugwijzen naar de Rechtbank te 's-Gravenhage, sector kanton, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
3. Beoordeling van het middel
3.1. Het middel klaagt dat het vonnis van de Kantonrechter niet is aangetekend op de wijze als in de wet voorzien.
3.2. De bestreden uitspraak is aangetekend op de wijze als voorzien in art. 395a, eerste lid, (oud) Sv.
3.3. Volgens art. 395a, vierde lid,(oud) Sv in verbinding met art. 395, tweede lid aanhef en onder c, (oud) Sv dient een vonnis van de Kantonrechter, indien binnen drie maanden na de uitspraak van dit vonnis een gewoon rechtsmiddel wordt aangewend, te worden aangetekend in het proces-verbaal van de terechtzitting op een wijze als door de Minister van Justitie te bepalen. Bij de stukken van het geding bevindt zich enkel een proces-verbaal van de terechtzitting van de Kantonrechter van 24 juni 2004.
Volgens dat proces-verbaal heeft de Kantonrechter uitspraak gedaan "conform aangehechte kopie van de aantekening mondeling vonnis". Bij de stukken van het geding bevindt zich de aantekening mondeling vonnis.
3.4. De Kantonrechter had, in aanmerking genomen hetgeen hiervoor is overwogen, niet mogen volstaan met een aantekening als bedoeld in art. 395a (oud) Sv, het zogenaamde stempelvonnis. Bedoeld verzuim brengt mee dat, nu niet kan worden vastgesteld of de in art. 80, tweede lid, RO bedoelde vormen zijn nageleefd, het bestreden vonnis niet in stand kan blijven en terugwijzing moet volgen.
3.5. Het middel is derhalve terecht voorgesteld.
4. Slotsom
Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven en als volgt moet worden beslist.
5. Beslissing
De Hoge Raad:
Vernietigt de bestreden uitspraak;
Wijst de zaak terug naar de Rechtbank te 's-Gravenhage, sector Kanton, opdat de zaak op de bestaande dagvaarding opnieuw zal worden berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema en A.J.A. van Dorst, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken op 27 juni 2006.
Mr. Van Dorst is buiten staat dit arrest te ondertekenen.