Strafrecht overig
Cassatieberoep tardief ingesteld. De in cassatie als verontschuldiging voor de termijnoverschrijding…
Hoge Raad, 10 oktober 2006
ECLI:NL:HR:2006:AX9183 · Hoge Raad · 10 oktober 2006
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2006-ax9183
Zaakgegevens
Op 10 oktober 2006 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 10 oktober 2006
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 02041/05
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2006:AX9183
Samenvatting
Cassatieberoep tardief ingesteld. De in cassatie als verontschuldiging voor de termijnoverschrijding aangevoerde omstandigheid dat verdachte psychiatrisch patiënt is levert zonder nadere onderbouwing die in de cassatieschriftuur ontbreekt, niet een zodanige bijzondere, verdachte niet toe te rekenen, omstandigheid op dat deze de overschrijding van de termijn verontschuldigbaar doet zijn (vgl. HR NJ 2004, 181).
Procesgang
Hoge Raad · 10 oktober 2006deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2006:AX9183
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 10 oktober 2006
ECLI:NL:PHR:2006:AX9183
Uitspraak
10 oktober 2006
Strafkamer
nr. 02041/05
EC/SM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 28 september 2004, nummer 22/005331-03, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1974, zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.
1. De bestreden uitspraak
Het Hof heeft in hoger beroep bevestigd een bij verstek gewezen vonnis van de Politierechter in de Rechtbank te 's-Gravenhage van 11 september 2003, waarbij de verdachte ter zake van "poging tot zware mishandeling" is veroordeeld tot twee maanden gevangenisstraf.
2. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. M.W. Stoet, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk is. Na de terechtzitting waarop de conclusie is genomen, is bij de Hoge Raad ingekomen een schrijven van de raadsman van de verdachte, mr. M.W. Stoet, advocaat te 's-Gravenhage.
3. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
Blijkens de stukken is het beroep in cassatie ingesteld op 18 februari 2005, zodat de verdachte - nu hem op de voet van art. 366 in verbinding met art. 415 Sv op 2 februari 2005 in persoon de mededeling van 's Hofs uitspraak is betekend en het beroep niet binnen veertien dagen na betekening van deze mededeling is ingesteld - in het beroep niet kan worden ontvangen.
De in cassatie als verontschuldiging voor de termijnoverschrijding aangevoerde omstandigheid dat de verdachte psychiatrisch patiënt is levert zonder nadere onderbouwing, die in de cassatieschriftuur ontbreekt, niet een zodanige bijzondere, de verdachte niet toe te rekenen, omstandigheid op dat deze de overschrijding van de termijn verontschuldigbaar doet zijn (vgl. HR 6 januari 2004, NJ 2004, 181).
4. Beslissing
De Hoge Raad verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president G.J.M. Corstens als voorzitter, en de raadsheren W.A.M. van Schendel en W.M.E. Thomassen, in bijzijn van de waarnemend griffier D.N.I. Gjaltema, en uitgesproken op 10 oktober 2006.