Strafrecht overig
Art. 552f Sv. Onttrekking aan verkeer van benodigdheden hennepkwekerij. CAG: 1. Op 552f Sv procedure is art…
Hoge Raad, 26 september 2006
ECLI:NL:HR:2006:AY0198 · Hoge Raad · 26 september 2006
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2006-ay0198
Zaakgegevens
Op 26 september 2006 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 26 september 2006
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 03489/05 B
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2006:AY0198
Samenvatting
Art. 552f Sv. Onttrekking aan verkeer van benodigdheden hennepkwekerij. CAG: 1. Op 552f Sv procedure is art. 6 EVRM van toepassing (HR NJ 1988, 453). Schending redelijke termijn kan in zo’n procedure niet tot niet-ontvankelijkheid van het OM leiden, wel kan ex art. 36b.2 jo 33c.2 en 3 Sr een geldelijke tegemoetkoming worden toegekend (HR NJ 1994, 489). Aannemelijk moet dan zijn dat dit nodig is om te voorkomen dat belanghebbende door de onredelijke duur van de berechting onevenredig wordt getroffen. 2. Oordeel rb dat belanghebbende van duur procedure (3 jaar en 8 maanden) geen nadeel heeft ondervonden en dat geen compensatie wordt toegekend kan in cassatie slechts op begrijpelijkheid worden getoetst en is niet onbegrijpelijk. Waardevermindering is geen nadeel nu het gaat om voorwerpen die niet in het verkeer mogen terugkeren. 3.Verweer: inbeslaggenomen voorwerpen legaal verkrijgbaar. Oordeel rb dat gezamenlijkheid voorwerpen die is gebruikt voor het kweken van hennepplanten vatbaar is voor o.a.v. omdat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd met de wet of het algemeen belang is onjuist noch onbegrijpelijk. 4. De omstandigheid dat aan het beslag een einde is gekomen door vernietiging staat er niet aan in de weg dat bij afzonderlijke rechterlijke beschikking op vordering van het OM de o.a.v. wordt uitgesproken. In dat geval strekt die vordering ertoe te doen vaststellen of de voorwerpen zich lenen voor o.a.v.(HR NJ 2006, 64).
Procesgang
Hoge Raad · 26 september 2006deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2006:AY0198
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 26 september 2006
ECLI:NL:PHR:2006:AY0198
Uitspraak
26 september 2006
Strafkamer
nr. 03489/05 B
AGJ/MR
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank te Maastricht van 18 oktober 2005, nummer RK 05/279, op een beklag als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door:
[betrokkene], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1955, wonende te [woonplaats].
1. De bestreden beschikking
De Rechtbank heeft de ontheffing gelast op de in de daartoe strekkende vordering genoemde voorwerpen.
2. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft mr. Th. Boumans, advocaat te Heerlen, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Vellinga heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad het beroep zal verwerpen.
3. Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Slotsom
Nu geen van de middelen tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden beschikking ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen.
5. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president G.J.M. Corstens als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en J.W. Ilsink, in bijzijn van de waarnemend griffier D.N.I. Gjaltema, in raadkamer en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 september 2006.