Strafrecht overig
HR ambtshalve: Het hof heeft bij de oplegging van de geldboetes i.s.m. art. 24c.1 Sr bepaald dat bij gebreke…
ECLI:NL:HR:2007:AZ4938 · Hoge Raad · 5 juni 2007
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2007-az4938
Zaakgegevens
Op 5 juni 2007 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 5 juni 2007
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 01284/06 E
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2007:AZ4938
Samenvatting
HR ambtshalve: Het hof heeft bij de oplegging van de geldboetes i.s.m. art. 24c.1 Sr bepaald dat bij gebreke van betaling of verhaal vervangende hechtenis zal worden toegepast terwijl verdachte een rechtspersoon is. De HR herstelt de misslag.
Procesgang
Hoge Raad · 5 juni 2007deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2007:AZ4938
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 5 juni 2007
ECLI:NL:PHR:2007:AZ4938
Uitspraak
5 juni 2007
Strafkamer
nr. 01284/06 E
DV/SM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem, Economische Kamer, van 3 oktober 2005, nummer 21/007443-04, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], gevestigd te [vestigingsplaats].
1. De bestreden uitspraak
Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Economische Politierechter in de Rechtbank te Zwolle-Lelystad van 14 december 2004 - de verdachte ter zake van 2. en 3. telkens opleverende "overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 55, eerste lid, van de Meststoffenwet, begaan door een rechtspersoon" veroordeeld tot een geldboete van € 3.400,-, subsidiair 68 dagen hechtenis en een geldboete van € 3.900,-, subsidiair 78 dagen hechtenis.
2. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. H.E. ter Horst, advocaat te Zwolle, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Vellinga heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad de bestreden uitspraak zal vernietigen ten aanzien van de strafoplegging voor zover daarbij het bevel tot vervangende hechtenis is gegeven bij gebreke van betaling of verhaal van de opgelegde geldboeten en het beroep voor het overige zal verwerpen.
3. Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak
Het Hof heeft bij de oplegging van de geldboetes, zoals hiervoor onder 1 weergegeven, in strijd met art. 24c, eerste lid, tweede en derde volzin, Sr bepaald dat bij gebreke van betaling of verhaal vervangende hechtenis zal worden toegepast. De Hoge Raad zal deze misslag herstellen.
5. Slotsom
Nu de Hoge Raad geen andere dan de hiervoor onder 4 genoemde grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.
6. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak, doch uitsluitend voor zover bij de strafoplegging is bepaald dat bij gebreke van betaling of verhaal van de opgelegde geldboetes vervangende hechtenis zal worden toegepast;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst en J. de Hullu, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 5 juni 2007.