Strafrecht overig
Ingetrokken appelakte. Bij de stukken van het geding bevinden zich a. een akte rechtsmiddel van 11-5-2005…
ECLI:NL:HR:2007:BA0473 · Hoge Raad · 15 mei 2007
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2007-ba0473
Zaakgegevens
Op 15 mei 2007 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 15 mei 2007
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 01127/06
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2007:BA0473
Samenvatting
Ingetrokken appelakte. Bij de stukken van het geding bevinden zich a. een akte rechtsmiddel van 11-5-2005, waarin namens verdachte appel wordt ingesteld tegen het vonnis van de pr van 10-5-2005, en b. een akte rechtsmiddel van 10-3-2006 waarin namens verdachte dat appel wordt ingetrokken. De behandeling van de zaak heeft op de ttz van 14-3-2006 bij verstek plaatsgevonden. ’s Hofs in de bestreden uitspraak besloten liggende oordeel dat de zaak op een bestaand appel diende te worden behandeld, is gelet op de onder b genoemde akte niet begrijpelijk. De HR doet de zaak om doelmatigheidsredenen zelf af en verstaat dat het appel is ingetrokken. CAG over de ontvankelijkheid van het cassatieberoep.
Procesgang
Hoge Raad · 15 mei 2007deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2007:BA0473
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 15 mei 2007
ECLI:NL:PHR:2007:BA0473
Uitspraak
15 mei 2007
Strafkamer
nr. 01127/06
LR/SM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 28 maart 2006, nummer 20/009267-05, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982, wonende te [woonplaats].
1. De bestreden uitspraak
Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Politierechter in de Rechtbank te 's-Hertogenbosch van 10 mei 2005 - de verdachte ter zake van "mishandeling" veroordeeld tot zes weken gevangenisstraf waarvan drie weken voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren. Voorts heeft het Hof de vordering van de benadeelde partij toegewezen en aan de verdachte een schadevergoedingsmaatregel opgelegd, een en ander zoals in het arrest vermeld.
2. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. M.Th.M. Zumpolle, advocaat te Utrecht, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Knigge heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad de bestreden uitspraak zal vernietigen en zal verstaan dat het door de verdachte ingestelde hoger beroep is ingetrokken.
3. Beoordeling van het middel
3.1. Het middel bevat de klacht dat het Hof ten onrechte het door de verdachte ingestelde, maar vóór de behandeling van de zaak ingetrokken hoger beroep heeft behandeld en arrest heeft gewezen.
3.2. Bij de stukken van het geding bevinden zich:
a. een akte rechtsmiddel van 11 mei 2005, waarin mr. B.G.M. Frencken, advocaat te 's-Hertogenbosch, verklaart namens de verdachte - door deze daartoe bepaaldelijk gevolmachtigd - hoger beroep in te stellen tegen het vonnis van de Politierechter in de Rechtbank te 's-Hertogenbosch van 10 mei 2005 in de onderhavige zaak;
b. een akte rechtsmiddel van 10 maart 2006, waarin mr. C.A.T. Philipsen, advocaat te Utrecht, verklaart namens de verdachte - door deze daartoe bepaaldelijk gevolmachtigd - het ingestelde hoger beroep tegen voormeld vonnis in te trekken.
3.3. Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep houdt in dat de behandeling van de zaak op 14 maart 2006 bij verstek heeft plaatsgevonden.
3.4. Het in de bestreden uitspraak besloten liggende oordeel van het Hof dat deze zaak op een bestaand hoger beroep diende te worden behandeld, is gelet op de inhoud van de hiervoor onder 3.2 sub b genoemde akte niet begrijpelijk. Het middel is dus terecht voorgesteld.
De Hoge Raad zal de zaak om doelmatigheidsredenen zelf afdoen en verstaan dat het hoger beroep is ingetrokken.
4. Slotsom
Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven en als volgt moet worden beslist.
5. Beslissing
De Hoge Raad:
Vernietigt de bestreden uitspraak;
Verstaat dat het tegen de uitspraak van de Politierechter in de Rechtbank te 's-Hertogenbosch van 10 mei 2005 ingestelde hoger beroep is ingetrokken.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema en A.J.A. van Dorst, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 15 mei 2007.