Strafrecht overig

Opzettelijke overtreding van een voorschrift gesteld bij art. 82.1 Wet toezicht kredietwezen 1992 en…

Hoge Raad, 6 november 2007

Zaakgegevens

Op 6 november 2007 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
6 november 2007
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
02152/06
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2007:BB4838
E-mail

Samenvatting

Opzettelijke overtreding van een voorschrift gesteld bij art. 82.1 Wet toezicht kredietwezen 1992 en bedrieglijke bankbreuk begaan door rechtspersoon, terwijl verdachte feitelijke leiding heeft gegeven aan de verboden gedragingen. HR: 81 RO.

Procesgang

  1. Hoge Raad · 6 november 2007deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2007:BB4838

  2. Conclusie A-G · 6 november 2007

    ECLI:NL:PHR:2007:BB4838

Uitspraak

6 november 2007

Strafkamer

nr. 02152/06 E

IC/SM

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage, Economische Kamer, van 25 januari 2006, nummer 22/003670-04, in de strafzaak tegen:

[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1961, wonende te [woonplaats].

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. A.A. Franken, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Vellinga heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad het beroep zal verwerpen.

2. Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3. Slotsom

Nu de middelen niet tot cassatie kunnen leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president G.J.M. Corstens als voorzitter, en de raadsheren J.W. Ilsink en W.M.E. Thomassen, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.J. Verhoeven, en uitgesproken op 6 november 2007.