Strafrecht overig

Belastingfraude bij de aanleg van een nieuw sportpark in de gemeente Etten-Leur. Samenhang met 02452/06 en…

Zaakgegevens

Op 29 april 2008 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
29 april 2008
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
02453/06
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2008:BB8978
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Belastingfraude bij de aanleg van een nieuw sportpark in de gemeente Etten-Leur. Samenhang met 02452/06 en 02453/06. HR: 81RO. Opgemerkt wordt dat ook in het licht van het arrest van de Belastingkamer van de HR van 25-4-08, LJN BB3861, geen grond aanwezig is voor ambtshalve vernietiging.

Procesgang

  1. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 6 januari 2006

    ECLI:NL:GHSHE:2006:AU9266
  2. Hoge Raad · 29 april 2008deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2008:BB8978

    Bekrachtiging/bevestiging

  3. Conclusie A-G · 29 april 2008

    ECLI:NL:PHR:2008:BB8978

Uitspraak

29 april 2008

Strafkamer

nr. 02453/06

ABG/SM

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 6 januari 2006, nummer 20/002038-03, in de strafzaak tegen:

[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1947, wonende te [woonplaats].

1. Geding in cassatie

1.1. Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. J.H. Sassen, advocaat te Arnhem, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De middelen zijn mondeling toegelicht.

De Advocaat-Generaal Knigge heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad het beroep zal verwerpen.

1.2. De Hoge Raad heeft kennisgenomen van het schriftelijk commentaar van de raadsman op de conclusie van de Advocaat-Generaal.

2. Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu het middel de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3. Slotsom

Geen van de middelen kan tot cassatie leiden.

De Hoge Raad oordeelt geen grond aanwezig waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, ook niet in het licht van het arrest van de Derde Kamer van de Hoge Raad van 25 april 2008, nr. 41798, LJN BB3861. Daarom moet het beroep worden verworpen.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema, W.A.M. van Schendel, J.W. Ilsink en J. de Hullu, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken op 29 april 2008.