Strafrecht overig

Profijtontneming. Conclusie AG over de gemiddelde opbrengst per plant van 28.2 gram, ontleend aan het rapport…

Zaakgegevens

Op 1 april 2008 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
1 april 2008
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
01199/07 P
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2008:BC8581
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Profijtontneming. Conclusie AG over de gemiddelde opbrengst per plant van 28.2 gram, ontleend aan het rapport "Wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij bij binnenteelt onder kunstlicht, uitgave van het Bureau Ontnemingswetgeving Openbaar Ministerie" van april 2005. HR: 81 RO.

Procesgang

  1. Hoge Raad · 1 april 2008deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2008:BC8581

  2. Conclusie A-G · 1 april 2008

    ECLI:NL:PHR:2008:BC8581

Uitspraak

1 april 2008

Strafkamer

nr. 01199/07 P

SG/SM

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 10 april 2006, nummer 20/008427-05, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van:

[Betrokkene], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1977, ten tijde van de betekening van de aanzegging gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting "De Geerhorst" te Sittard.

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft mr. H.P. Ruysink, advocaat te Maastricht, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Vellinga heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2. Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3. Slotsom

Nu het middel niet tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president G.J.M. Corstens als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en J. de Hullu, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.J. Verhoeven, en uitgesproken op 1 april 2008.