Strafrecht overig

Profijtontneming. CAG o.m. over vermindering ontnemingsbedrag met de aan de benadeelde partij toegekende…

Hoge Raad, 8 juli 2008

Zaakgegevens

Op 8 juli 2008 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
8 juli 2008
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
01454/07 P
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2008:BD2566
E-mail

Samenvatting

Profijtontneming. CAG o.m. over vermindering ontnemingsbedrag met de aan de benadeelde partij toegekende vordering. De AG acht gelet op art. 36e.6 Sr dit mogelijk en praktisch. HR: 81 RO.

Procesgang

  1. Hoge Raad · 8 juli 2008deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2008:BD2566

  2. Conclusie A-G · 8 juli 2008

    ECLI:NL:PHR:2008:BD2566

Uitspraak

8 juli 2008

Strafkamer

nr. 01454/07 P

LBS/SM

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam, zitting houdende te Arnhem, van 22 december 2006, nummer 21/002917-06, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van:

[Betrokkene], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1963, ten tijde van de betekening van de aanzegging gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting "Zuid-Oost, locatie Maashegge" te Overloon.

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft mr. R. Zilver, advocaat te Utrecht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Vellinga heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest wat betreft het aan de Staat te betalen bedrag, tot bepaling van dat bedrag op € 101.458,- en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2. Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3. Slotsom

Nu geen van de middelen tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president G.J.M. Corstens als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.J. Verhoeven, en uitgesproken op 8 juli 2008.