Strafrecht overig

Ontvankelijkheid OM. CAG over schending van het vertrouwensbeginsel i.v.m. een sepot. HR: 81 RO.

Zaakgegevens

Op 30 september 2008 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
30 september 2008
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
01521/07
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2008:BD4878
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Ontvankelijkheid OM. CAG over schending van het vertrouwensbeginsel i.v.m. een sepot. HR: 81 RO.

Procesgang

  1. Gerechtshof Arnhem · 11 december 2006

    ECLI:NL:GHARN:2006:AZ4322
  2. Hoge Raad · 30 september 2008deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2008:BD4878

    Bekrachtiging/bevestiging

  3. Conclusie A-G · 30 september 2008

    ECLI:NL:PHR:2008:BD4878

Uitspraak

30 september 2008

Strafkamer

Nr. S 01521/07

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 11 december 2006, nummer 21/002892-06, in de strafzaak tegen:

[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1985, wonende te [woonplaats].

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. R.P. Snorn, advocaat te Heerenveen, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2. Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3. Slotsom

Nu het middel niet tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president G.J.M. Corstens als voorzitter, en de raadsheren W.A.M. van Schendel en J. de Hullu, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.J. Verhoeven, en uitgesproken op 30 september 2008.