Strafrecht overig

OM-cassatie. Beschikking afwijzing vordering gevangenhouding. Conclusie AG houdt o.m. in dat gelet op de aard…

Zaakgegevens

Op 4 november 2008 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
4 november 2008
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
08/00273 B
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2008:BF0282
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

OM-cassatie. Beschikking afwijzing vordering gevangenhouding. Conclusie AG houdt o.m. in dat gelet op de aard van de materie en de beslissingsruimte van de rechter, niet te hoge eisen gesteld mogen worden aan een beschikking als i.c. en concludeert dat ’s Hofs oordeel i.c niet onbegrijpelijk is. HR: 81 RO.

Procesgang

  1. Hoge Raad · 4 november 2008deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2008:BF0282

  2. Conclusie A-G · 4 november 2008

    ECLI:NL:PHR:2008:BF0282

Uitspraak

4 november 2008

Strafkamer

nr. S 08/00273

BKD/RR

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

op het beroep in cassatie tegen een beschikking van het Gerechtshof te Amsterdam van 21 november 2007, nummer 13/529067-07, in de strafzaak tegen:

[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1972, ten tijde van de betekening van de aanzegging gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting "Amsterdam, locatie Het Schouw" te Amsterdam.

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de Advocaat-Generaal bij het Hof. Deze heeft bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld.

De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De waarnemend Advocaat-Generaal Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2. Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de president G.J.M. Corstens als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.J. Verhoeven, in raadkamer en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 november 2008.