Strafrecht overig

Conclusie AG o.m.: Strafmotivering tav de (deels) onvoorwaardelijke gevangenisstraf (incl. het oordeel dat…

Zaakgegevens

Op 20 januari 2009 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
20 januari 2009
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
07/11973
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2009:BG5619
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Conclusie AG o.m.: Strafmotivering tav de (deels) onvoorwaardelijke gevangenisstraf (incl. het oordeel dat elektronisch toezicht niet aan de orde is) is niet onbegrijpelijk en wekt geen verbazing. HR: 81 RO.

Procesgang

  1. Hoge Raad · 20 januari 2009deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2009:BG5619

  2. Conclusie A-G · 20 januari 2009

    ECLI:NL:PHR:2009:BG5619

Uitspraak

20 januari 2009

Strafkamer

nr. 07/11973

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 17 januari 2007, nummer 21/004225-05, in de strafzaak tegen:

[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1968, wonende te [woonplaats].

1. Geding in cassatie

1.1. Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. J. Boksem, advocaat te Leeuwarden, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

1.2. De Hoge Raad heeft kennisgenomen van het schriftelijk commentaar van de raadsman op de conclusie van de Advocaat-Generaal.

2. Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en J. de Hullu, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.J. Verhoeven, en uitgesproken op 20 januari 2009.