Strafrecht overig

Art. 7 WVW 1994, verlaten van de plek van een ongeval terwijl er schade was toegebracht aan een ander…

Zaakgegevens

Op 10 maart 2009 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
10 maart 2009
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
07/10987
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2009:BG9962
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Art. 7 WVW 1994, verlaten van de plek van een ongeval terwijl er schade was toegebracht aan een ander. Conclusie AG o.m. inhoudend dat de afwijzing van het verzoek om nadere onderzoeken en ’s Hofs kennelijke oordeel dat verdachte niet behoorlijk de gelegenheid heeft gegeven tot vaststelling van haar identiteit a.b.i. art. 7.2 WVW 1994, onjuist, noch onbegrijpelijk zijn. HR: 81 RO.

Procesgang

  1. Hoge Raad · 10 maart 2009deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2009:BG9962

  2. Conclusie A-G · 10 maart 2009

    ECLI:NL:PHR:2009:BG9962

Uitspraak

10 maart 2009

Strafkamer

Nr. 07/10987

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 6 april 2007, nummer 22/003118-06, in de strafzaak tegen:

[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982, wonende te [woonplaats].

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. P.C.M. van Schijndel, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Vellinga heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2. Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en J. de Hullu, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.J. Verhoeven, en uitgesproken op 10 maart 2009.