Strafrecht overig

O.a. klacht over gebruik van CIE-pv als bewijsmiddel. HR: art. 81 RO.

Zaakgegevens

Op 12 mei 2009 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
12 mei 2009
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
08/02756
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2009:BH5249
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

O.a. klacht over gebruik van CIE-pv als bewijsmiddel. HR: art. 81 RO.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 3 maart 2009

    ECLI:NL:PHR:2009:BH5249
  2. Hoge Raad · 12 mei 2009deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2009:BH5249

Uitspraak

12 mei 2009

Strafkamer

Nr. S 08/02756

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 17 oktober 2007, nummer 20/000001-07, in de strafzaak tegen:

[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969, thans zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Jörg heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2. Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema en J. W. Ilsink, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 12 mei 2009.