Strafrecht overig

Conclusie AG over o.m. de vraag of ‘crofty-bom’ een voorwerp is dat bestemd is voor het treffen van personen…

Zaakgegevens

Op 22 december 2009 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
22 december 2009
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
08/04686 J
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2009:BK2670
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Conclusie AG over o.m. de vraag of ‘crofty-bom’ een voorwerp is dat bestemd is voor het treffen van personen of zaken a.b.i. art. 2.1.7º, cat. II. WWM. HR: 81 RO.

Procesgang

  1. Hoge Raad · 22 december 2009deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2009:BK2670

  2. Conclusie A-G · 22 december 2009

    ECLI:NL:PHR:2009:BK2670

Uitspraak

22 december 2009

Strafkamer

nr. 08/04686 J

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 23 juli 2008, nummer 20/000738-08, in de strafzaak tegen:

[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994, wonende te [woonplaats].

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. G.J.A. van de Grint, advocaat te 's-Hertogenbosch, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2. Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling (vgl. HR 22 december 2009, LJN BK3336).

3. Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak

Op de verdachte is het strafrecht voor jeugdigen toegepast. De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan zestien maanden zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Gelet op de aan de verdachte opgelegde voorwaardelijke taakstraf in de vorm van een werkstraf van dertig uren en de mate waarin de redelijke termijn is overschreden, is er geen aanleiding om aan het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden enig rechtsgevolg te verbinden en zal de Hoge Raad met dat oordeel volstaan.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en J.W. Ilsink, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.J. Verhoeven, en uitgesproken op 22 december 2009.