Strafrecht overig

ISD. Verweer: vordering OM tot oplegging ISD in strijd met eigen Richtlijn. Het middel berust op de opvatting…

Zaakgegevens

Op 12 januari 2010 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
12 januari 2010
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
09/00187
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2010:BK4454
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

ISD. Verweer: vordering OM tot oplegging ISD in strijd met eigen Richtlijn. Het middel berust op de opvatting dat de ISD-maatregel alleen kon worden gevorderd in verband met het misdrijf waarvoor verdachte in voorlopige hechtenis is gesteld. Deze opvatting vond echter geen steun in de Richtlijn.

Procesgang

  1. Hoge Raad · 12 januari 2010deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2010:BK4454

  2. Conclusie A-G · 12 januari 2010

    ECLI:NL:PHR:2010:BK4454

Uitspraak

12 januari 2010

Strafkamer

Nr. 09/00187

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 6 november 2008, nummer 20/000186-08, in de strafzaak tegen:

[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978, ten tijde van de betekening van de aanzegging gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting "De Boschpoort" te Breda.

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. J.C. Oudijk, advocaat te Venlo, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Jörg heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2. Beoordeling van het middel

2.1. Het middel klaagt dat het Hof ten onrechte de vordering van het Openbaar Ministerie tot oplegging van de maatregel tot plaatsing van de verdachte in een inrichting voor stelselmatige daders (hierna: de ISD-maatregel) heeft gevolgd terwijl deze vordering in strijd was met de daarvoor geldende richtlijn.

2.2. De Richtlijn voor strafvordering bij meerderjarige zeer actieve veelplegers, Stcrt. 2008, 19 (hierna: de Richtlijn), zoals die gold ten tijde van het bewezenverklaarde feit, houdt onder meer het volgende in:

"2. Vordering van de ISD-maatregel

De ISD-maatregel kan alleen worden gevorderd bij stelselmatige daders. Is aan alle wettelijk gestelde eisen in artikel 38m WvSr voldaan, dan zal het OM de ISD-maatregel uitsluitend vorderen indien:

(...)

b. de stelselmatige dader in voorlopige hechtenis is gesteld en deze niet is geschorst of opgeheven; ISD is alleen mogelijk na aanhouding voor een misdrijf waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten. Die wordt ook vanwege het herhalingsgevaar gevorderd en zal normaal gesproken ook worden bevolen."

2.3. Het middel berust op de opvatting dat de ISD-maatregel alleen kon worden gevorderd in verband met het misdrijf waarvoor de verdachte in voorlopige hechtenis is gesteld. Deze opvatting vond echter geen steun in de Richtlijn.

2.4. Het middel faalt.

3. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 12 januari 2010.