Strafrecht overig

HR: art 81 RO. Conclusie AG: anders.

Zaakgegevens

Op 9 februari 2010 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
9 februari 2010
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
08/00137
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2010:BK6141
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

HR: art 81 RO. Conclusie AG: anders.

Procesgang

  1. Hoge Raad · 9 februari 2010deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2010:BK6141

  2. Conclusie A-G · 9 februari 2010

    ECLI:NL:PHR:2010:BK6141

Uitspraak

9 februari 2010

Strafkamer

nr. 08/00137

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam, zitting houdende te Arnhem, van 4 januari 2008, nummer 21/001728-07, in de strafzaak tegen:

[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981, wonende te [woonplaats].

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. E.Th. Hummels, advocaat te Zeist, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof te Arnhem teneinde op het bestaande beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

2. Beoordeling van de middelen

De middelen, waarin niet wordt geklaagd dat uit de gebezigde bewijsmiddelen niet kan volgen dat het feit op de in bewezenverklaring vermelde plaats is begaan, kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3. Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Gelet op de aan de verdachte opgelegde geldboete van € 50,-, subsidiair één dag hechtenis, en de mate waarin de redelijke termijn is overschreden, is er geen aanleiding om aan het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden enig rechtsgevolg te verbinden en zal de Hoge Raad met dat oordeel volstaan.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en C.H.W.M. Sterk, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 9 februari 2010.