Strafrecht overig

Hoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig

Hoge Raad, 16 maart 2010

Zaakgegevens

Op 16 maart 2010 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
16 maart 2010
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
08/03822 E
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2010:BL0662
E-mail

Samenvatting

HR: 81 RO.

Procesgang

  1. Hoge Raad · 16 maart 2010deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2010:BL0662

  2. Conclusie A-G · 16 maart 2010

    ECLI:NL:PHR:2010:BL0662

Uitspraak

16 maart 2010

Strafkamer

nr. 08/03822 E

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam, Economische Kamer, van 20 juli 2007, nummer 23/004859-05, in de strafzaak tegen:

[Verdachte], gevestigd te [vestigingsplaats].

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben mr. J. Kuijper en mr. M. Mulder, beiden advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Jörg heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2. Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en J.W. Ilsink, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.J. Verhoeven, en uitgesproken op 16 maart 2010.