Strafrecht overig
Art. 322.3 Sv. Nu uit het laatste pv. ttz. niet blijkt dat de AG bij het Hof en verdachte hebben ingestemd…
ECLI:NL:HR:2010:BL5584 · Hoge Raad · 11 mei 2010
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2010-bl5584
Zaakgegevens
Op 11 mei 2010 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 11 mei 2010
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 08/02845
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2010:BL5584
Samenvatting
Art. 322.3 Sv. Nu uit het laatste pv. ttz. niet blijkt dat de AG bij het Hof en verdachte hebben ingestemd met hervatting van het o.ttz. had het Hof op die zitting het onderzoek opnieuw moeten aanvangen. Volgt vernietiging.
Procesgang
Hoge Raad · 11 mei 2010deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2010:BL5584
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 11 mei 2010
ECLI:NL:PHR:2010:BL5584
Uitspraak
11 mei 2010
Strafkamer
nr. 08/02845
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam, Enkelvoudige Kamer, van 23 juni 2008, nummer 23/001893-07, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur en aanvullende schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schrifturen zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Knigge heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en tot zodanige op art. 440 Sv gebaseerde beslissing als de Hoge Raad gepast zal voorkomen.
2. Beoordeling van het vierde middel
2.1. Het middel behelst de klacht dat het Hof op 23 juni 2008 in strijd met art. 322, derde lid, Sv het onderzoek ter terechtzitting heeft hervat in de stand waarin het zich bevond ten tijde van de schorsing van het onderzoek ter terechtzitting van 24 december 2007.
2.2.1. De daarvan opgemaakte processen-verbaal houden in dat: - in hoger beroep de zaak is behandeld op de terechtzittingen van 24 september 2007, 24 december 2007 en 23 juni 2008;
- op de terechtzitting van 24 september 2007 de Enkelvoudige Kamer van het Hof bestond uit mr. Krikke;
- op de terechtzitting van 24 december 2007 de Enkelvoudige Kamer van het Hof wederom bestond uit mr. Krikke;
- het onderzoek toen is hervat in de stand waarin het zich bevond ten tijde van de schorsing van het onderzoek ter terechtzitting van 24 september 2007 en nadien is geschorst;
- op de terechtzitting van 23 juni 2008 de Enkelvoudige Kamer van het Hof bestond uit mr. Den Ottolander;
- behalve de Advocaat-Generaal bij het Hof ook de verdachte ter terechtzitting van 23 juni 2008 aanwezig was.
2.2.2. Het proces-verbaal van laatstgenoemd onderzoek ter terechtzitting houdt voorts - voor zover voor de beoordeling van het middel van belang - het volgende in:
"Het hof hervat - hoewel thans anders samengesteld - het onderzoek van de zaak in de stand waarin het zich bevond ten tijde van de schorsing van het onderzoek ter terechtzitting van 24 december 2007.
(...)
De voorzitter verklaart het onderzoek gesloten en deelt mee terstond mondeling arrest te zullen wijzen."
2.3. Art. 322, derde lid, Sv - dat ingevolge art. 415, eerste lid, Sv in hoger beroep van overeenkomstige toepassing is - luidt:
"De rechtbank beveelt dat het onderzoek op de terechtzitting opnieuw wordt aangevangen in het geval de samenstelling van de rechtbank bij de hervatting gewijzigd is, tenzij de officier van justitie en de verdachte instemmen met hervatting in de stand waarin het onderzoek zich op het tijdstip van de schorsing bevond."
2.4. Het proces-verbaal van de terechtzitting van 23 juni 2008 houdt niet in dat de Advocaat-Generaal bij het Hof en de verdachte hebben ingestemd met hervatting van het onderzoek ter terechtzitting in de stand waarin dat zich bevond ten tijde van de schorsing daarvan op 24 december 2007. Het moet er daarom in cassatie voor worden gehouden dat die instemming niet is gegeven. Bij die stand van zaken had het Hof het onderzoek ter terechtzitting opnieuw moeten aanvangen. Blijkens het voormelde proces-verbaal heeft het Hof dat evenwel niet gedaan. Dit verzuim leidt tot nietigheid van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 23 juni 2008 en de (mede) naar aanleiding daarvan gewezen einduitspraak.
2.5. Het middel is terecht voorgesteld.
3. Slotsom
Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven, de overige middelen geen bespreking behoeven en als volgt moet worden beslist.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof te Amsterdam, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en C.H.W.M. Sterk, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 11 mei 2010.