Strafrecht overig

Hoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig

Hoge Raad, 20 april 2010

Zaakgegevens

Op 20 april 2010 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
20 april 2010
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
08/03955
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2010:BL5645
E-mail

Samenvatting

HR: art. 81 RO.

Procesgang

  1. Hoge Raad · 20 april 2010deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2010:BL5645

  2. Conclusie A-G · 20 april 2010

    ECLI:NL:PHR:2010:BL5645

Uitspraak

20 april 2010

Strafkamer

Nr. 08/03955

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 29 april 2008, nummer 21/003488-07, in de strafzaak tegen:

[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1961, wonende te [woonplaats].

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. G.F.M.G. Heutink, advocaat te Apeldoorn, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2. Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en W.M.E. Thomassen, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken op 20 april 2010.