Strafrecht overig

Profijtontneming. 1. Geen middel van cassatie als in de wet bedoeld. 2. 81 RO.

Zaakgegevens

Op 1 juni 2010 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
1 juni 2010
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
08/02491 P
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2010:BM2448
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Profijtontneming. 1. Geen middel van cassatie als in de wet bedoeld. 2. 81 RO.

Procesgang

  1. Hoge Raad · 1 juni 2010deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2010:BM2448

  2. Conclusie A-G · 1 juni 2010

    ECLI:NL:PHR:2010:BM2448

Uitspraak

1 juni 2010

Strafkamer

Nr. 08/02491 P

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 2 juni 2008, nummer 22/002560-07, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van:

[Betrokkene], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1964, wonende te [woonplaats].

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft mr. B.A. Fijma, advocaat te Zwijndrecht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Knigge heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2. Beoordeling van het eerste middel

Het middel behelst een klacht die is gericht tegen een beslissing van het Hof in de met deze zaak samenhangende strafzaak, die bij de Hoge Raad in behandeling is onder nummer 08/02490. Als een middel van cassatie als in de wet bedoeld, kan slechts gelden een duidelijke en stellige klacht over de schending van een bepaalde rechtsregel en/of het verzuim van een toepasselijk wetsvoorschrift door de rechter die de bestreden uitspraak heeft gewezen. Het middel voldoet niet aan dit vereiste, zodat het onbesproken moet blijven.

3. Beoordeling van het tweede middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema en M.A. Loth, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken op 1 juni 2010.