Strafrecht overig

Na het tussenarrest van de HR (LJN BL3221 ) heeft de AG bij de HR aanvullend geconcludeerd. HR thans: 81 RO.

Zaakgegevens

Op 29 juni 2010 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
29 juni 2010
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
09/02680 J
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2010:BM4449
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Na het tussenarrest van de HR (LJN BL3221 ) heeft de AG bij de HR aanvullend geconcludeerd. HR thans: 81 RO.

Procesgang

  1. Hoge Raad · 29 juni 2010deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2010:BM4449

  2. Conclusie A-G · 29 juni 2010

    ECLI:NL:PHR:2010:BM4449

Uitspraak

29 juni 2010

Strafkamer

nr. 09/02680 J

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 23 januari 2009, nummer 22/003098-08, in de strafzaak tegen:

[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992, wonende te [woonplaats].

1. Geding in cassatie

1.1. Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. B. Vermeirssen, advocaat te Goes, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

1.2. De Hoge Raad heeft bij tussenarrest van 13 april 2010 (LJN BL3221) geoordeeld dat de Advocaat-Generaal alsnog in de gelegenheid behoort te worden gesteld zich uit te laten over de voorgestelde middelen. Voormeld tussenarrest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

1.3. De Advocaat-Generaal Machielse heeft bij aanvullende conclusie geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2. Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de raadsheerB.C. de Savornin Lohman als voorzitter, en de raadsheren W.M.E. Thomassen en M.A. Loth, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken op 29 juni 2010.