Strafrecht overig

Hoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig

Zaakgegevens

Op 7 december 2010 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
7 december 2010
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
09/02348
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2010:BO1617
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

HR: 81 RO.

Procesgang

  1. Gerechtshof Amsterdam · 5 december 2008

    ECLI:NL:GHAMS:2008:BH5712
  2. Gerechtshof Amsterdam · 10 maart 2009

    ECLI:NL:GHAMS:2009:BH5713
  3. Hoge Raad · 7 december 2010deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2010:BO1617

    Bekrachtiging/bevestiging

  4. Conclusie A-G · 7 december 2010

    ECLI:NL:PHR:2010:BO1617

Uitspraak

7 december 2010

Strafkamer

nr. 09/02348

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 10 maart 2009, nummer 23/006983-07, in de strafzaak tegen:

[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1954, wonende te [woonplaats].

1. Geding in cassatie

1.1. Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben mr. J. Kuijper en mr. M.C.J. Teurlings, beiden advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Jörg heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

1.2. Mr. J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.

2. Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 7 december 2010.