Strafrecht overig
Gegronde bewijsklacht. Conclusie AG: anders.
Hoge Raad, 22 februari 2011
ECLI:NL:HR:2011:BN4295 · Hoge Raad · 22 februari 2011
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2011-bn4295
Zaakgegevens
Op 22 februari 2011 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 22 februari 2011
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 08/05195
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2011:BN4295
Samenvatting
Gegronde bewijsklacht. Conclusie AG: anders.
Procesgang
Hoge Raad · 22 februari 2011deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2011:BN4295
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 22 februari 2011
ECLI:NL:PHR:2011:BN4295
Uitspraak
22 februari 2011
Strafkamer
Nr. 08/05195
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 14 augustus 2008, nummer 20/001562-07, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1980, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben mr. J. Goudswaard en mr. I.A. van Straalen, beiden advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Vellinga heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest wat betreft de opgelegde straf, tot vermindering daarvan en tot verwerping van het beroep voor het overige.
2. Beoordeling van het eerste middel
2.1. Het middel bevat de klacht dat de onder 1 bewezenverklaarde hoeveelheden van 2,12 gram MDMA en van 2,78 gram van een materiaal bevattende MDMA en N-ethyl-MDA, niet zonder meer kunnen volgen uit de door het Hof gebezigde bewijsmiddelen.
2.2. Ten laste van de verdachte is onder 1 bewezenverklaard, voor zover hier van belang, dat:
"hij op 9 december 2005 in de gemeente Heerlen opzettelijk aanwezig heeft gehad (...) 2,12 gram MDMA en 2,78 gram van een materiaal bevattende MDMA en N-ethyl-MDA, zijnde (...) MDMA en N-ethyl-MDA telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I."
2.3. De door het Hof gebezigde bewijsmiddelen, voor zover hier van belang, zijn weergegeven in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 7.
2.4. Uit die bewijsmiddelen kan niet zonder meer volgen dat de verdachte een hoeveelheid van 2,12 gram MDMA en een hoeveelheid van 2,78 gram van een materiaal bevattende MDMA en N-ethyl-MDA aanwezig heeft gehad, zoals is bewezenverklaard.
2.5. Het middel is terecht voorgesteld.
3. Slotsom
Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat het tweede middel geen bespreking behoeft en als volgt moet worden beslist.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak maar uitsluitend wat betreft de beslissingen ter zake van het onder 1 tenlastegelegde en de strafoplegging;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en W.F. Groos, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 22 februari 2011.