Strafrecht overig

Hoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig

Zaakgegevens

Op 15 maart 2011 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
15 maart 2011
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
09/03726
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2011:BP0180
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

HR: 81RO.

Procesgang

  1. Hoge Raad · 15 maart 2011deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2011:BP0180

  2. Conclusie A-G · 15 maart 2011

    ECLI:NL:PHR:2011:BP0180

Uitspraak

15 maart 2011

Strafkamer

nr. S 09/03726

CB/SG

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 20 mei 2009, nummer 21/002891-08, in de strafzaak tegen:

[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1968, wonende te [woonplaats].

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. R.B.J.G. Baggen, advocaat te Arnhem, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2. Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J.W. Ilsink en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 15 maart 2011.