Strafrecht overig
Bewijsklacht. HR herhaalt de relevante overwegingen uit HR LJN AL6209 m.b.t. art. 141 Sr. Niet is vereist dat…
ECLI:NL:HR:2011:BP4587 · Hoge Raad · 19 april 2011
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2011-bp4587
Zaakgegevens
Op 19 april 2011 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 19 april 2011
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 09/03582
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2011:BP4587
Samenvatting
Bewijsklacht. HR herhaalt de relevante overwegingen uit HR LJN AL6209 m.b.t. art. 141 Sr. Niet is vereist dat de bm inhouden dat stompen/of slaan door verdachte is geschied. Conclusie AG: alsnog vrijspreken van dit onderdeel van de tll.
Procesgang
Hoge Raad · 19 april 2011deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2011:BP4587
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 19 april 2011
ECLI:NL:PHR:2011:BP4587
Uitspraak
19 april 2011
Strafkamer
nr. 09/03582
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 28 april 2009, nummer 21/003121-07, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1975, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. S.F.W. van 't Hullenaar, advocaat te Arnhem, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Silvis heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend voor zover bewezen is verklaard "waarbij hij, verdachte heeft gestompt en/of geslagen", en tot vrijspraak daarvan, met verwerping van het beroep voor het overige.
2. Beoordeling van het eerste middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3. Beoordeling van het tweede middel
3.1. Het middel klaagt dat het Hof de bewezenverklaring niet naar behoren heeft gemotiveerd, met name niet voor zover de bewezenverklaring behelst dat de verdachte [slachtoffer 1] heeft gestompt en/of geslagen.
3.2.1. Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
"hij op of omstreeks 16 december 2006 te Nijmegen met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, de Grote Markt, in elk geval op of aan de openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1], welk geweld bestond uit stompen en/of slaan en/of schoppen tegen het hoofd en/of lichaam, waarbij hij, verdachte, heeft gestompt en/of geschopt en/of geslagen, en welk door hem gepleegd geweld enig lichamelijk letsel (een bloedende hoofdwond) voor [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] ten gevolge heeft gehad."
3.2.2. Daarvan is bewezenverklaard dat:
"hij op 16 december 2006 te Nijmegen met een ander, op of aan de openbare weg, de Grote Markt, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1], welk geweld bestond uit stompen en slaan en schoppen tegen het hoofd en/of lichaam, waarbij hij, verdachte, heeft gestompt en/of geslagen."
3.2.3. Deze bewezenverklaring steunt op de bewijsvoering zoals weergegeven in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 14 en 15.
3.3. Het middel berust op de opvatting dat, gelet op die bewezenverklaring, uit de gebezigde bewijsmiddelen moet kunnen volgen dat de verdachte tegen het hoofd en/of lichaam van Janssen heeft gestompt en/of geslagen. Die opvatting is onjuist. Bij een dergelijke, op art. 141 Sr toegesneden bewezenver-klaring is voldoende dat uit de gebezigde bewijsmiddelen kan worden afgeleid dat de verdachte een voldoende significante of wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan het bewezenverklaarde geweld (vgl. HR 11 november 2003, LJN AL6209, NJ 2003/573).
In het onderhavige geval is dus niet vereist dat die bewijsmiddelen inhouden dat het stompen en/of slaan van [slachtoffer 1] door de verdachte is geschied.
3.4. Het middel faalt.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en C.H.W.M. Sterk, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 19 april 2011.