Strafrecht overig

Hoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig

Hoge Raad, 26 april 2011

Zaakgegevens

Op 26 april 2011 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
26 april 2011
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
10/03050
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2011:BP8823
E-mail

Samenvatting

HR: 81RO.

Procesgang

  1. Hoge Raad · 26 april 2011deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2011:BP8823

  2. Conclusie A-G · 26 april 2011

    ECLI:NL:PHR:2011:BP8823

Uitspraak

26 april 2011

Strafkamer

nr. 10/03050

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 22 juni 2010, nummer 22/006189-09, in de strafzaak tegen:

[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1967, ten tijde van de betekening van de aanzegging gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting "Rijnmond, locatie De IJssel" te Krimpen aan den IJssel.

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. R.B.J.G. Baggen, advocaat te Arnhem, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Jörg heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2. Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en C.H.W.M. Sterk, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 26 april 2011.