Strafrecht overig

Hoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig

Hoge Raad, 5 juli 2011

Zaakgegevens

Op 5 juli 2011 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
5 juli 2011
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
09/05221
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2011:BQ6004
E-mail

Samenvatting

HR: 81 RO.

Procesgang

  1. Hoge Raad · 5 juli 2011deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2011:BQ6004

  2. Conclusie A-G · 5 juli 2011

    ECLI:NL:PHR:2011:BQ6004

Uitspraak

5 juli 2011

Strafkamer

nr. 09/05221

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 25 september 2009, nummer 20/002712-08, in de strafzaak tegen:

[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976, wonende te [woonplaats].

1. Geding in cassatie

1.1. Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. J.C. Oudijk, advocaat te Venlo, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

1.2. De raadsman heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.

2. Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 5 juli 2011.