Strafrecht overig

Hoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig

Hoge Raad, 5 juli 2011

Zaakgegevens

Op 5 juli 2011 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
5 juli 2011
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
10/00615
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2011:BQ6019
E-mail

Samenvatting

HR: 81 RO.

Procesgang

  1. Hoge Raad · 5 juli 2011deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2011:BQ6019

  2. Conclusie A-G · 5 juli 2011

    ECLI:NL:PHR:2011:BQ6019

Uitspraak

5 juli 2011

Strafkamer

nr. S 10/00615

AGE/SM

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 23 december 2009, nummer 23/002554-08, in de strafzaak tegen:

[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1949, wonende te [woonplaats].

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. B.P. de Boer, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Vellinga heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2. Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren W.A.M. van Schendel en W.F. Groos, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 5 juli 2011.