Strafrecht overig

Geen middelen ingediend. De HR verklaart verdachte niet-ontvankelijk in het beroep.

Zaakgegevens

Op 17 januari 2012 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
17 januari 2012
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
11/01356
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2012:BU4000
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Geen middelen ingediend. De HR verklaart verdachte niet-ontvankelijk in het beroep.

Procesgang

  1. Gerechtshof 's-Gravenhage · 25 oktober 2010

    ECLI:NL:GHSGR:2010:BO1553
  2. Hoge Raad · 17 januari 2012deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2012:BU4000

    Niet ontvankelijk

  3. Conclusie A-G · 17 januari 2012

    ECLI:NL:PHR:2012:BU4000

Uitspraak

17 januari 2012

Strafkamer

nr. S 11/01356

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 25 oktober 2010, nummer 22/000581-09, in de strafzaak tegen:

[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982, ten tijde van de betekening van de aanzegging gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting "Noord-Holland Noord, locatie Zuyder Bos" te Heerhugowaard.

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Middelen van cassatie zijn namens deze niet voorgesteld.

De Advocaat-Generaal Vellinga heeft geconcludeerd dat de verdachte niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het beroep.

2. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid, Sv, zodat de verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen.

3. Beslissing

De Hoge Raad verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 17 januari 2012.