Strafrecht overig
Economische zaak. HR: art. 81 RO. Anders dan de conclusie AG: geen ambtshalve grond voor vernietiging (geen…
ECLI:NL:HR:2012:BU8730 · Hoge Raad · 7 februari 2012
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2012-bu8730
Zaakgegevens
Op 7 februari 2012 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 7 februari 2012
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 10/05325 E
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2012:BU8730
Samenvatting
Economische zaak. HR: art. 81 RO. Anders dan de conclusie AG: geen ambtshalve grond voor vernietiging (geen gewijzigd inzicht van de wetgever omtrent de strafwaardigheid van feit 3).
Procesgang
Uitspraak · 2007
ECLI:NL:RBAMS:2007:BA3160Gerechtshof Amsterdam · 4 mei 2010
ECLI:NL:GHAMS:2010:BM3577(Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaanVernietigingDe hogere rechter zet de eerdere uitspraak (deels) opzij en beslist zelf, of laat een andere rechter de zaak opnieuw doen.Meer uitleg
Hoge Raad · 7 februari 2012deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2012:BU8730
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 7 februari 2012
ECLI:NL:PHR:2012:BU8730
Uitspraak
7 februari 2012
Strafkamer
nr. S 10/05325 E
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam, Economische Kamer, van 4 mei 2010, nummer 23/002940-07, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1947, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
1.1. Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. D.J.P. van Omme, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De raadsman van de verdachte, mr. R-J. Boswijk, advocaat te Amsterdam, heeft een aanvullende schriftuur ingediend. De schrifturen zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Jörg heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak doch uitsluitend voor zover het Hof heeft geoordeeld dat het onder 3 bewezenverklaarde strafbaar is en in zoverre tot ontslag van alle rechtsvervolging, met verwerping van het beroep voor het overige.
1.2. De raadsman van de verdachte, mr. C.J. van Bavel, advocaat te Amsterdam, heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.
2. Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3. Slotsom
Nu de middelen niet tot cassatie kunnen leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd (er is immers - anders dan de Advocaat-Generaal concludeert - geen sprake van een gewijzigd inzicht van de wetgever omtrent de strafwaardigheid van het onder 3 bewezenverklaarde dat ook betrekking heeft op de vóór de wetswijziging begane strafbare feiten; vgl. HR 12 juli 2011, LJN BP6878), moet het beroep worden verworpen.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 7 februari 2012.