Strafrecht overig

Hoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig

Hoge Raad, 27 maart 2012

Zaakgegevens

Op 27 maart 2012 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
27 maart 2012
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
11/02915 P
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2012:BV8289
E-mail

Samenvatting

Profijtontneming. HR: 81 RO.

Procesgang

  1. Hoge Raad · 27 maart 2012deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2012:BV8289

  2. Conclusie A-G · 27 maart 2012

    ECLI:NL:PHR:2012:BV8289

Uitspraak

27 maart 2012

Strafkamer

nr. S 11/02915 P

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof te Arnhem van 10 februari 2011, nummer 21/000021-10, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van:

[Betrokkene], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1980, wonende te [woonplaats].

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft mr. R.D.J. Visschers, advocaat te Zutphen, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2. Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren W.F. Groos en J. Wortel, in bijzijn van de waarnemend griffier A.C. ten Klooster, en uitgesproken op 27 maart 2012.