Strafrecht overig

Hoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig

Zaakgegevens

Op 26 juni 2012 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
26 juni 2012
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
10/03781
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2012:BX0590
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

HR: art. 81 RO.

Procesgang

  1. Gerechtshof Arnhem · 10 augustus 2010

    ECLI:NL:GHARN:2010:BN3628
  2. Hoge Raad · 26 juni 2012deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2012:BX0590

    Bekrachtiging/bevestiging

  3. Conclusie A-G · 26 juni 2012

    ECLI:NL:PHR:2012:BX0590

Uitspraak

26 juni 2012

Strafkamer

nr. S 10/03781

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 10 augustus 2010, nummer 21/001922-09, in de strafzaak tegen:

[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969, wonende te [woonplaats].

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft dr. D.J.P.M. Vermunt, advocaat te Arnhem, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2. Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en W.F. Groos, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 26 juni 2012.