Strafrecht overig

HR: 81.1 RO. Conclusie AG over art. 46.1 Sr, voorwerp kennelijk bestemd tot het begaan van een misdrijf.

Hoge Raad, 11 september 2012

Zaakgegevens

Op 11 september 2012 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
11 september 2012
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
10/04886
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2012:BX4481
E-mail

Samenvatting

HR: 81.1 RO. Conclusie AG over art. 46.1 Sr, voorwerp kennelijk bestemd tot het begaan van een misdrijf.

Procesgang

  1. Hoge Raad · 11 september 2012deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2012:BX4481

  2. Conclusie A-G · 11 september 2012

    ECLI:NL:PHR:2012:BX4481

Uitspraak

11 september 2012

Strafkamer

nr. S 10/04886

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 25 oktober 2010, nummer 23/003132-10, in de strafzaak tegen:

[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992, wonende te [woonplaats].

1. Geding in cassatie

1.1. Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. R.B. Schmidt, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

1.2. De raadsman heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.

2. Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer H.A.G. Splinter-van Kan als voorzitter, en de raadsheren J. Wortel en N. Jörg, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 11 september 2012.