Strafrecht overig
Betekening appeldagvaarding. V.zv. het middel klaagt dat de appeldagvaarding niet bij aangetekende brief is…
Hoge Raad, 28 augustus 2012
ECLI:NL:HR:2012:BX4491 · Hoge Raad · 28 augustus 2012
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2012-bx4491
Zaakgegevens
Op 28 augustus 2012 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 28 augustus 2012
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 10/05406
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2012:BX4491
Samenvatting
Betekening appeldagvaarding. V.zv. het middel klaagt dat de appeldagvaarding niet bij aangetekende brief is verzonden aan verdachtes adres in België, geeft het blijk van miskenning van art. 5.1 EU-Rechtshulpovereenkomst. V.zv. het middel klaagt dat die dagvaarding ook niet als gewone brief aan verdachte is verzonden, mist het feitelijke grondslag. Het oordeel van het Hof dat de appeldagvaarding rechtsgeldig is betekend, geeft niet blijk van een onjuiste toepassing van art. 588.2 Sv en art. 5.1 EU-Rechtshulpovereenkomst. Anders dan de A-G is de HR van oordeel dat het middel geen klacht bevat m.b.t. de naleving van art. 588a Sv. De A-G heeft zich niet uitgelaten over de overige voorgestelde middelen. De HR stelt de A-G daartoe alsnog in de gelegenheid en verwijst de zaak naar de rolzitting.
Procesgang
Hoge Raad · 28 augustus 2012deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2012:BX4491
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 28 augustus 2012
ECLI:NL:PHR:2012:BX4491
Uitspraak
28 augustus 2012
Strafkamer
nr. S 10/05406
AGE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 20 april 2010, nummer 20/001997-09, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. J.J.J. van Rijsbergen, advocaat te Breda, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. Vervolgens heeft ook mr. G.J.P.M. Mooren, advocaat te Goirle, namens de verdachte bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schrifturen zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Vegter heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
2. Beoordeling van het eerste door mr. Van Rijsbergen voorgestelde middel
2.1. Het middel klaagt over het oordeel van het Hof dat de appeldagvaarding geldig is betekend.
2.2. De stukken van het geding houden, voor zover voor de beoordeling van het middel van belang, het volgende in:
(i) een akte rechtsmiddel, inhoudende:
"Op 04 juni 2009 kwam ter griffie van deze rechtbank
mr G.J.P.M. Mooren (141)
advocaat te Goirle
die verklaarde door na te noemen persoon bepaaldelijk te zijn gevolmachtigd tot het afleggen van de volgende verklaring, en verklaarde namens
naam [verdachte]
voornamen [...]
geboren [geboortedatum] 1978 te [geboorteplaats]
wonende te
adres Z.V.W.O.V.H.T.L.
domicilie kiezende ten kantore van raadsman: Kloosterstraat 17-19, 5051 RB Goirle
beroep in te stellen tegen het eindvonnis d.d. 26 februari 2009 in de zaak tegen [verdachte] met bovenvermeld parketnummer gewezen/gegeven door de Politierechter in deze rechtbank.";
(ii) een GBA-overzicht van 1 februari 2010 betreffende de verdachte, inhoudende:
"Niet gedetineerd
Huidig GBA-adres
Vanaf: 15-01-2008
Adres: [a-straat 1]
[plaats]
Land: België.";
(iii) een akte van uitreiking, behorend bij een dubbel van de dagvaarding in hoger beroep, inhoudende dat die dagvaarding is uitgereikt op de wijze zoals voorgeschreven in art. 588, derde lid onder c, Sv "omdat van de geadresseerde geen woon- of verblijfplaats in Nederland bekend is", alsmede dat deze dagvaarding door het Openbaar Ministerie als gewone brief is verzonden naar het hiervoor onder (ii) vermelde adres van de verdachte ([a-straat 1] [plaats] (België));
(iv) een akte van uitreiking, behorend bij een dubbel van de dagvaarding in hoger beroep, inhoudende dat die dagvaarding per gewone post is verzonden aan het hiervoor onder (i) vermelde adres van de daar genoemde raadsman;
(v) het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep, inhoudende dat aldaar de verdachte noch een raadsman is verschenen en dat tegen de niet-verschenen verdachte verstek is verleend.
2.3. Voor de beoordeling van het middel zijn de volgende bepalingen van belang:
"De uitreiking aan de geadresseerde van wie de woon- of verblijfplaats in het buitenland bekend is, geschiedt door toezending van de mededeling door het openbaar ministerie, hetzij rechtstreeks, hetzij door tussenkomst van de bevoegde buitenlandse autoriteit of instantie en, voor zover een verdrag van toepassing is, met inachtneming van dat verdrag. (...)"
- art. 5, eerste lid, van de Overeenkomst betreffende de wederzijdse rechtshulp in strafzaken tussen de lidstaten van de Europese Unie, gesloten te Brussel op 29 mei 2000 (Trb. 2000, 96), hierna: EU-Rechtshulpovereenkomst:
"Elke lidstaat zendt aan de personen die zich op het grondgebied van een andere lidstaat bevinden, voor hen bestemde gerechtelijke stukken rechtstreeks over de post toe."
2.4. Voor zover het middel klaagt dat de dagvaarding in hoger beroep niet bij aangetekende brief is verzonden aan het adres van de verdachte in België, geeft het blijk van miskenning van voormeld art. 5, eerste lid, van de EU-Rechtshulpovereenkomst. Voor zover het middel klaagt dat die dagvaarding ook niet als gewone brief aan de verdachte is verzonden, mist het - gelet op het hiervoor onder 2.2 sub (iii) weergegevene - feitelijke grondslag. Het in de bestreden uitspraak besloten liggende oordeel van het Hof dat de appeldagvaarding rechtsgeldig is betekend, geeft derhalve niet blijk van een onjuiste toepassing van de hiervoor in 2.3 vermelde bepalingen.
2.5. Het middel faalt.
2.6. Anders dan de Advocaat-Generaal is de Hoge Raad van oordeel dat het middel geen klacht bevat met betrekking tot de naleving van art. 588a Sv.
2.7. De Advocaat-Generaal heeft zich niet uitgelaten over de overige voorgestelde middelen. De Hoge Raad is van oordeel dat de Advocaat-Generaal daartoe alsnog in de gelegenheid behoort te worden gesteld. Met het oog daarop dient de zaak naar de rolzitting te worden verwezen.
3. Beslissing
De Hoge Raad:
verwijst de zaak naar de rolzitting van 4 september 2012;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en N. Jörg, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 28 augustus 2012.