Strafrecht overig

Hoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig

Hoge Raad, 2 oktober 2012

Zaakgegevens

Op 2 oktober 2012 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
2 oktober 2012
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
11/00039 P
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2012:BX5120
E-mail

Samenvatting

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 26 juni 2012

    ECLI:NL:PHR:2012:BX5120
  2. Hoge Raad · 2 oktober 2012deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2012:BX5120

    Conclusie gevolgd

Uitspraak

2 oktober 2012

Strafkamer

nr. S 11/00039 P

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 24 december 2010, nummer 22/006336-08, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van:

[betrokkene], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1952, wonende te [woonplaats].

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft mr. H. Sytema, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2. Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer H.A.G. Splinter-van Kan als voorzitter, en de raadsheren W.F. Groos en N. Jörg, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 2 oktober 2012.