Strafrecht overig

Hoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig

Hoge Raad, 9 oktober 2012

Zaakgegevens

Op 9 oktober 2012 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
9 oktober 2012
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
11/00464
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2012:BX5410
E-mail

Samenvatting

HR: art. 81 RO.

Procesgang

  1. Hoge Raad · 9 oktober 2012deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2012:BX5410

  2. Conclusie A-G · 9 oktober 2012

    ECLI:NL:PHR:2012:BX5410

Uitspraak

9 oktober 2012

Strafkamer

nr. S 11/00464

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam, zitting houdende te Arnhem, van 20 januari 2011, nummer 21/004226-09, in de strafzaak tegen:

[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1967, wonende te [woonplaats].

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. B.P. de Boer, advocaat te Haarlem, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Vellinga heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2. Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 9 oktober 2012.