Strafrecht overig

HR: 81 RO. Overschrijding redelijke termijn in cassatie.

Hoge Raad, 23 oktober 2012

Zaakgegevens

Op 23 oktober 2012 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
23 oktober 2012
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
11/01204
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2012:BX6756
E-mail

Samenvatting

HR: 81 RO. Overschrijding redelijke termijn in cassatie.

Procesgang

  1. Rechtbank Groningen · 21 december 2009

    ECLI:NL:RBGRO:2009:BK7230
  2. Gerechtshof Leeuwarden · 3 maart 2011

    ECLI:NL:GHLEE:2011:BP6617

    (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan

  3. Hoge Raad · 23 oktober 2012deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2012:BX6756

    (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan

  4. Conclusie A-G · 23 oktober 2012

    ECLI:NL:PHR:2012:BX6756

Uitspraak

23 oktober 2012

Strafkamer

nr. S 11/01204

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Leeuwarden van 3 maart 2011, nummer 24/003373-09, in de strafzaak tegen:

[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1956, ten tijde van de betekening van de aanzegging gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting "Veenhuizen, locatie Norgerhaven" te Veenhuizen.

1. Geding in cassatie

Het beroep, dat gelet op de akte "partiële intrekking" rechtsmiddel van 30 januari 2012 niet is gericht tegen de vrijspraak van de verdachte van "de expliciet primair en daarbinnen impliciet tenlastegelegde moord", is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. H.M.W. Daamen, advocaat te Maastricht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Knigge heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak wat betreft de duur van opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2. Beoordeling van het tweede middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3. Beoordeling van het eerste middel

3.1. Het middel klaagt dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase is overschreden omdat de stukken te laat door het Hof zijn ingezonden.

3.2. Het middel is gegrond. Voorts doet de Hoge Raad in deze zaak waarin de verdachte zich in voorlopige hechtenis bevindt, uitspraak nadat meer dan zestien maanden zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Een en ander brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf van tien jaren.

4. Slotsom

Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak - voor zover aan zijn oordeel onderworpen - ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.

5. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak - voor zover aan zijn oordeel onderworpen - maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;

vermindert deze in die zin dat deze die zin dat deze negen jaren en acht maanden beloopt;

verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 23 oktober 2012.