Strafrecht overig

HR: 81 RO. Conclusie AG: anders.

Zaakgegevens

Op 20 november 2012 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
20 november 2012
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
11/01739
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2012:BY0232
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

HR: 81 RO. Conclusie AG: anders.

Procesgang

  1. Hoge Raad · 20 november 2012deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2012:BY0232

  2. Conclusie A-G · 20 november 2012

    ECLI:NL:PHR:2012:BY0232

Uitspraak

20 november 2012

Strafkamer

nr. S 11/01739

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 8 april 2011, nummer 21/000018-10, in de strafzaak tegen:

[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971.

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. J.A. Schadd, advocaat te Arnhem, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Hofstee heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de beslissingen ter zake van het onder 3 tenlastegelegde en de strafoplegging, tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof te Arnhem teneinde deze in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw te berechten en af te doen, en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2. Beoordeling van de middelen

De middelen, die niet klagen dat het onder 3 bewezenverklaarde niet op alle in de bewezenverklaring vermelde plaatsen is begaan, kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren N. Jörg en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 20 november 2012.